Met de mogelijkheden van internettechnologie is het tegenwoordig om de hele wereld met elkaar te verbinden. Als indivdu (of als organisatie) heb je niet voldoende aan je eigen kennis en kunde, maar kan je alle talent uit de wereld inzetten. Deze vorm van externe verbinding wordt ook wel crowdsourcing genoemd.

Crowdsourcen gaat over het benutten van de kennis, ideeën en creativiteit uit de samenleving om vraagstukken op te lossen. Het blijkt dat de oplossing van een vraagstuk niet van een deskundige komt, maar juist van mensen uit een ander vakgebied. Het internet is voor crowdsourcing een uitstekend medium.

Historie

Jeff Howe, schrijver bij Wired Magazine, gebruikte in 2006 de term voor het eerst. Zijn definitie: “the act of outsourcing tasks, traditionally performed by an employee or contractor, to an undefined, large group of people or community (a “crowd”), through an open call.” Of in normaal Nederlands, het publiek wordt direct betrokken bij de processen van een organisatie. Ook de overheid maakt hier regelmatig gebruik van, zoals te lezen op www.ambtenaar20.nl.

Hoewel de term nieuw is, werd crowdsourcing al in de 18e eeuw gebruikt. Om te kunnen navigeren op zee was er in het begin van de 18e eeuw grote behoefte aan een methode waarmee de juiste lengtegraad bepaald zou kunnen worden. Het Engelse parlement loofde een beloning uit van 20.000 pond aan diegene die als eerste een betrouwbare methode zou vinden. De oplossing kwam er uiteindelijk. Door John Harrison, een meubel- en klokkenmaker.

Stappenplan

Twee succesfactoren voor crowdsourcing

Crowds hebben een leider nodig. Een leider is geen manager, die allerlei beperkingen oplegt door regels en procedures. De leider zorgt voor inspiratie, voor heldere communicatie met de groep en dat ten allen tijde het eindresultaat helder blijft.

Blijf altijd rekening houden met je marketingstrategie. Het Australische Kraft liet het publiek een nieuwe naam verzinnen voor een nieuw product met Vegemite (niet te eten Australisch broodbeleg) en roomkaas. Eerst werd een shortlist gemaakt van alle inzendingen, daarna besloot het management wat de winnende naam, iSnack 2.0, zou worden. Twee dagen later was het al weer uit de schappen verdwenen. Wat was er gebeurd? Op Facebook werd in een poll gevraagd wat men van de nieuwe naam vond. Van de 20.000 reacties vond 97% het maar niks. Weg dure reclamecampagne en men kon opnieuw beginnen. Conclusie: maak je gebruik van crowdsourcing, laat het dan ook helemaal over aan het publiek. Wees niet bang voor negatieve reacties. Tenslotte weet je dan meteen dat iets niet werkt.

Voorbeelden

Er zijn talrijke voorbeelden. Bij de meeste televisieprogramma’s kan je tegenwoordig stemmen op de winnaar. Maar ook kan je mede bepalen wat de nieuwe smaak Lays chips wordt. En nu eten we allemaal patatje-joppie-chips. Een ander bekend voorbeeld in Nederland is Durftevragen en het onderstaande filmpje wat aan het begin van iedere sessie wordt getoond over een schoonmaakactie in Estland.

Het logo van Samenwerken.nu! is ook tot stand gekomen via crowdsourcing. Bij crowdsourcing in Nederland denk je meteen aan Nils Roemen en Juul Martin en hun geweldige initiatieven, zoals de Waarmakerij, Ideeplanner, 7 days of inspiration en het Huis van Overvloed, die ook nog eens allemaal met sociale overwaarde tot stand komen.

Jan-Willem Alphenaar maakte zelfs een hele film via crowdsourcing, DSB The Movie.

Verder lezen

Wil je meer weten over crowdsourcing, lees dan onderstaande boeken.

Jeff Howe - Crowdsourcing

Don Tapscott, Anthony Williams - Wikinomics