Dat je door samen te werken meer resultaat kan behalen dan in je eentje, dat is algemeen bekend. Toch blijkt dat in de praktijk een stuk lastiger te zijn. Een succesvolle samenwerking ontstaat niet zomaar. Dat kost tijd en energie. De ontwikkeling van een team kan je opdelen in een viertal fases, elk met zijn eigen kenmerken.

Er zijn meerdere modellen die de fases van teamontwikkeling beschrijven. Wellicht de bekendste is die van Tuckman (1965). In 2008 beschreven Kloppenburg en Van der Schoor een vergelijkbaar model, bestaande uit vier fasen:

– Startfase
– Strijdfase
– Samenfase
– Slotfase

Startfase: ieder voor zich

In de startfase is het team als los zand. Allemaal losse individuen, die alleen communiceren met de manager. Ook teams die al langer bestaan, kunnen nog steeds in de startfase zitten. Vooral projectmanagers houden het team graag in deze fase, omdat ze zo de meeste controle kunnen uitoefenen.

Kenmerken van een team in de startfase

  • Conflicten worden vermeden. Men kijkt vooral naar de overeenkomsten, niet naar de verschillen.
  • Communicatie verloopt via de manager.
  • Teamleden nemen geen verantwoordelijkheid, maar leggen die elders, bijvoorbeeld bij de manager.
  • Teamleden ervaren geen gemeenschappelijk doel.

De manager:

  • heeft vaak een directieve stijl van leidinggeven.
  • houden alle touwtjes in eigen handen.
  • focust op beheersing in plaats van leren.

Strijdfase: hoe gaan we om met de onderlinge verschillen?

Welke waarden en normen zijn bepalend? Wat vinden we van elkaar? Hoe serieus neemt iedereen zichzelf in het team? Hoe gaan we dit met z’n allen aanpakken? Wat zou wel kunnen werken?
Dit zijn vragen die het team leren besluiten te nemen en gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor het team te dragen. In deze fase leert het team om te gaan met de onderlinge verschillen met betrekking tot hoe samen te werken, resultaten te behalen en klantgericht te werken.

Kenmerken van een team in de strijdfase

  • Er ontstaan subgroepjes die dezelfde normen en waarden delen.
  • Binnen die subgroepjes worden zaken uitgewisseld en vindt afstemming plaats.
  • Er is onderling kritiek of op de manager

De manager:

  • stuurt op inhoud en resultaat.
  • bemiddelt tussen de subgroepjes.
  • heeft vooral de aandacht op negatief gedrag.

Samenfase: een hecht collectief

In deze fase wordt de aanwezige kennis, kunde en vaardigheden optimaal benut. Iedereen voelt zich verantwoordelijk. En iedereen heeft plezier in zijn werk.

Kenmerken van een team in de samenfase

  • Verschillen worden gewaardeerd en feedback geven is normaal.
  • Trots gevoel op het team.
  • Nemen verantwoordelijkheid.

De manager:

  • is faciliterend.
  • onderhoudt de relatie met de omgeving.
  • in sommige gevallen wordt het team zelfsturend en er is geen rol meer voor een manager.

Op zich levert deze fase het grootste resultaat op. Er is echter wel een valkuil, groupthink. Iedereen gaat zo op in het team. Het streven naar uniformiteit is groter dan een kritische blik op de feiten.

Slotfase: het team valt uiteen

Het project nadert zijn einde. Iemand vertrekt uit het team. Of door fusies of reorganisaties. Emoties nemen een centrale plaats in. Het is nog wel belangrijk om de lopende zaken af te ronden.

Kenmerken van een team in de slotfase

  • De cohesie brokkelt af, er is geen gemeenschappelijk belang meer.
  • Emoties over het naderende einde, van blij tot boos, bang of bedroefd.
  • Nemen afscheid van elkaar.
  • Een goede evaluatie is belangrijk in deze fase, zowel op inhoud als op de relatie.

De manager:

  • is bezig met zijn eigen emoties.
  • niet meer bezig met het team, maar met zijn eigen toekomst.